De Domaniale Mijn was de oudste steenkolenmijn van Europa. De Domaniale mijn heeft een lange historie die begonnen is op Rolduc, zo halverwege de 18e eeuw (1730-1750). Echter rond 1113 was er al primitieve mijnbouw in de omgeving van Abdij Rolduc! Door de eeuwen heen is de mijn in verschillende handen geweest. Vanaf 1925 is de officiële naam van de mijnzetel: “Domaniale Mijn Maatschappij”.

Na 1900 ontstonden er veel steenkolenmijnen in Zuid-Limburg. Zo waren er in Kerkrade op een oppervlakte van 4 vierkante kilometer 3 steenkolenmijnen gevestigd. De Willem Sophia in Spekholzerheide, de Wilhelmina in Terwinselen en de Domaniale op Holz/Nulland. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is de steenkolenindustrie een belangrijke factor geweest in de Nederlandse economie. De Nederlandse huishoudens werden verwarmd door kolen en de industrie werd voorzien van briketten en cokes als brandstof.

Schacht Nulland is ontworpen door R.H.F.W. Husmann en gebouwd in 1907. Hij werd gebouwd om de totale voorraad van 2.500.000 ton kolen van de westelijke kolenlagen “Merl, Gross- en Klein Mühlenbach en Steinknipp“ te ontginnen. Het monument heet dan wel Schacht Nulland, maar staat symbool voor alle mijnwerkers die in de Domaniale Mijn werkzaam waren.

De schacht was oorspronkelijk een intrekkende schacht voor luchtverversing. Hij bezat voldoende trek voor de ventilatie van het hele west veld. Hij had een diepte van 60 meter. In 1909 kwam in de Domaniale Mijn de hoofdsteengang op de 150 meter verdieping gereed, die liep tot aan Schacht Nulland, een paar honderd meter verderop. Schacht Nulland is toen afgediept naar 150 meter. Telkens als de kolen in de Domaniale Mijn dieper werden ontgonnen, moest ook Schacht Nulland afgediept worden naar de nieuwe verdieping. In de loop der jaren is de schacht afgediept naar ca. 347 meter.

In 1921 werd de toren van de schacht verhoogd en er werd een ophaalmachine geplaatst. De toren werd voorzien van schoorbogen om de trekkracht van de ophaalmachine op te vangen. Bovendien kwam er een losvloer en laadinrichting. Vanaf die tijd diende de schacht voor vervoer van materiaal en personeel. Dit heeft echter maar een paar jaar geduurd; er werd besloten tot de aanbouw van een nieuwe schacht aan de Nieuwstraat in Kerkrade.

Op 29 augustus 1969 werd de laatste wagen met gedolven antraciet uit de Domaniale Mijn gehaald.